Brabant Ports biedt binnenhavens houvast op weg naar een duurzame toekomst
In december 2023 werd door MCA Brabant de Coöperatie Brabant Ports opgericht, met Hendrik-Jan van Engelen als CEO.
Acht Brabantse binnenhavengemeenten tekenden een intentieverklaring om lid te worden van Brabant Ports: Oosterhout, Tilburg, Waalwijk, Bergen op Zoom, ’s-Hertogenbosch, Meierijstad, Oss en Land van Cuijk. Van Engelen hoopt dat in het eerste kwartaal van 2025 de intentieverklaringen omgezet worden in lidmaatschappen. “Deze besluitvormingsprocessen in de diverse gemeenten vergen veel tijd en gaan over veel lagen. Het kan ons niet snel genoeg gaan, want wij willen aan de slag!”
Werkgroepen rondom actuele thema’s
Het plan voor 2025 is om klein te beginnen met een aantal werkgroepen, gericht op belangrijke, actuele onderwerpen: ICT, Veiligheid & Ondermijning en Ruimte. “Wij gaan hier echt niet vanuit een ivoren toren allemaal ideeën bedenken en dan vertellen hoe gemeenten het moeten doen”, legt Van Engelen uit. “We sluiten aan bij wat er speelt, delen expertise en ‘best practice’ ervaringen. Als Brabant Ports weten wij wat er gaande is in de diverse binnenhavens, maar dat weten ze vaak niet van elkaar. Zo kunnen wij gemakkelijk partijen met elkaar in contact brengen en ervoor zorgen dat mensen kennis en ervaringen delen met elkaar.”
Gebrek aan ruimte
Ruimte is een probleem waar veel partijen mee worstelen. “Binnenhavens kampen met een groot ruimtegebrek. Er is gewoon een tekort aan vierkante meters. Hoe zorgen we er dan voor dat watergebonden bedrijven toch een plek aan dat water krijgen? De gemeente Tilburg bijvoorbeeld is enorm goed bezig met het verplaatsen van bedrijven, terwijl daar in andere gemeenten nog weinig aandacht voor is. Vanuit Brabant Ports kunnen we de binnenhavens hierbij ondersteunen. We gaan een gezamenlijke visie op grondbeleid opstellen, die de gemeenten kunnen gebruiken om hun grondbeleid verder vorm te geven. Daarin kijken we bijvoorbeeld ook naar de aanpak van bepaalde zaken op een meer regionaal niveau.”
Voordelen van Brabant Ports voor de binnenhavengemeenten
De gemeenten die lid zijn van Brabant Ports profiteren op verschillende vlakken van dit samenwerkingsverband. Van Engelen noemt een aantal voorbeelden. “Door samen te werken kunnen we duurzame initiatieven, zoals walstroomvoorzieningen, beter op elkaar afstemmen en makkelijker implementeren. Dat geldt ook voor gezamenlijke maatregelen tegen ondermijning en criminaliteit. Op het gebied van digitalisering zorgt een uniforme aanpak voor een veel efficiëntere en snellere afhandeling van goederenstromen. En ook voor de gebruikers van de binnenhavens, de schippers, is het veel praktischer als elke binnenhaven is aangesloten op eenzelfde digitaal systeem. Zo kunnen zij bijvoorbeeld met een eigen app toegang krijgen tot allerlei diensten in de haven. Dat bevordert de gebruiksvriendelijkheid en verbetert de dienstverlening. “
Tot slot noemt Van Engelen de gezamenlijke slagkracht als belangrijk voordeel. “Samen kunnen we een veel krachtigere stem laten horen richting de zeehavens, Rijkswaterstaat en de diverse ministeries. En dat wordt nog eens significant groter als we dat ook met andere samenwerkingsverbanden gaan doen, zoals Blueports Limburg en Port of Twente.
MCA participeert in internationaal walstroom project
Als MCA Brabant werkt de organisatie mee aan een internationaal project SPIES over walstroom, georganiseerd vanuit Interreg North Sea Region. Walstroom voorziet schepen op een duurzame en stille manier van elektriciteit, terwijl ze aan de kade liggen. In plaats van het gebruik van dieselgeneratoren, kunnen schepen hun motoren uitschakelen en elektriciteit direct uit het netwerk halen. Dit verlaagt niet alleen de uitstoot van schadelijke stoffen, maar draagt ook bij aan een stillere en schonere havenomgeving.
Hoewel walstroom in de binnenvaart steeds meer wordt toegepast, blijft de implementatie ervan versnipperd. Internationale samenwerking is cruciaal om hier verandering in te brengen. “Als MCA Brabant zijn we er trots op om samen met partners uit Vlaanderen, Denemarken, Nederland, Frankrijk en Duitsland te werken aan gestandaardiseerde walstroomoplossingen. Het SPIES-project (Shore Power In European Shipping) heeft een duur van anderhalf jaar. Het doel is om protocollen op te stellen en beleidsaanbevelingen voor de Europese Unie te doen die de uitrol van walstroom verder bevorderen.”
Wat gebeurde er nog meer in 2024?
In 2024 werkte MCA Brabant mee aan het actualiseren/opstellen van de havenvisie in de gemeenten Oosterhout en Bergen op Zoom. In 2025 gebeurt hetzelfde voor de gemeente Land van Cuijk.
Samen met de Provincie en Logistics Community Brabant wordt de Digitale Atlas Multimodaal Brabant verder ontwikkeld. Het aantal beschikbare data wordt flink uitgebreid. In deze tool zijn alle wegen, spoorrails en vaarwegen per vaarklasse opgenomen. Naast het in beeld brengen van actuele vervoersbewegingen, kan deze tool straks inzichtelijk maken welke stremmingen of knelpunten er ontstaan bij volumetoenames op bepaalde trajecten.
In 2024 werkte MCA Brabant mee aan het actualiseren/opstellen van de havenvisie in de gemeenten Oosterhout en Bergen op Zoom. In 2025 gebeurt hetzelfde voor de gemeente Land van Cuijk. Samen met de Provincie en Logistics Community Brabant wordt de Digitale Atlas Multimodaal Brabant verder ontwikkeld. Het aantal beschikbare data wordt flink uitgebreid. In deze tool zijn alle wegen, spoorrails en vaarwegen per vaarklasse opgenomen. Naast het in beeld brengen van actuele vervoersbewegingen, kan deze tool straks inzichtelijk maken welke stremmingen of knelpunten er ontstaan bij volumetoenames op bepaalde trajecten.
Van Engelen benadrukt hoe belangrijk het is om als binnenhavens van elkaar te leren en ervaringen te delen, zodat niet iedereen steeds weer opnieuw het wiel gaat uitvinden. Als een mooie ‘best practice’ noemt hij het duurzame verhaal van Haven Cuijk. “Hét voorbeeld voor alle binnenhavens en industriegebieden.”
In Haven Cuijk, zoals de binnenhaven en het industriegebied van de gemeente Cuijk heten, is de Biomassa Energie Centrale Cuijk (BECC) gevestigd. BECC levert energie uit de verbranding van snoei- en sloophout. Daarmee draagt de centrale in belangrijke mate bij aan de circulaire economie van Haven Cuijk.
BECC koopt resthout binnen een straal van honderd kilometer rond Cuijk. Driekwart is snoeihout en de rest sloophout. Dit wordt, samen met een klein deel papierslib van een nabijgelegen papierfabriek, in een grote ketel verbrand. De stoom die in dat proces ontstaat, wordt deels omgezet in elektriciteit en deels in hoogwaardige stoom en warmte voor de productieprocessen van naastgelegen bedrijven. BECC maakt op die manier energie zonder fossiele brandstoffen. Ook verdwijnt er geen vierkante meter bos voor het productieproces en is de milieu-impact minimaal.
20 miljoen kuub aardgas minder
BECC heeft een productiecapaciteit van 25 megawatt elektriciteit. Dat is genoeg stroom voor 35.000 huishoudens. Een deel van de elektriciteit gebruikt BECC zelf, de rest gaat via energiemaatschappij Greenchoice naar het elektriciteitsnet. BECC levert ook nog eens 20 megawatt stoom en heet water aan de naastgelegen bedrijven Essity, Berry Global en Duynie Ingredients. Zij hebben stoom en water nodig voor hun productieprocessen. Dankzij de stoom van BECC wordt jaarlijks 20 miljoen kubieke meter aardgas bespaard, wat overeenkomt met het verbruik van 13.000 huishoudens.
Nog een pluspunt: door energie af te nemen waar het wordt opgewekt, zijn de afstanden die stroom en stoom moeten afleggen klein en worden de netwerken efficiënt gebruikt.
Van Engelen: “Haven Cuijk is een voorbeeld voor alle binnenhavens die de stap willen maken naar een circulaire economie. Het laat mooi zien hoe de reststroom van het ene bedrijf, in dit geval houtafval, de grondstof is voor een ander bedrijf. Cuijk is een verborgen parel.”





