Clean Energy Hubs als facility center bij industrie, bedrijvenparken en distributiecentra
Het is belangrijk te weten dat iedere energiedrager ook zijn eigen transitie kent naar 100% groen. Afhankelijk van de lokale omstandigheden kunnen verschillende koppelkansen gelden. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie met andere faciliteiten, zoals horeca, duurzame truckwash, betaalbare overnachtingsplaatsen/truckparkings, walstroom, vergaderruimtes, werkplekken, openbaar vervoervoorzieningen, ontkoppelpunten, voorzieningen voor pakketdiensten en voorzieningen voor de binnenstedelijke distributie.
Daarnaast zullen ook digitaliseringsvoorzieningen op orde moeten zijn ten behoeve van reserveringssystemen, betalingssystemen etc. Iedere CEH is maatwerk. Er is geen blauwdruk voor een complete CEH.
De ideale locatie van een CEH is gelegen bij de ontsluiting van een bedrijventerrein of distributiepark, tussen de hoofdweg en de betreffende locatie. Wetende dat 95% van het goederenvervoer van en naar deze locaties gaat. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de doelstelling van de European Alternative Fuel Infrastructure Regulation (AFIR) – de Verordening betreffende infrastructuur voor alternatieve brandstoffen.
Anticiperen op nieuwe ontwikkelingen
De definitie van een CEH is in de loop van de jaren op een paar punten aangepast. Net zoals er in de energietransitie geanticipeerd moet worden op ontwikkelingen, moeten wij dat als programma ook! Onze doelstelling is honderd Clean Energy Hubs in 2030. Nu zijn dat er al 65, verspreid over heel Nederland. Steeds komen er weer een aantal bij!
Kansen benutten
Het idee achter het maatwerk is, dat de CEH’s met hun aanbod van alternatieve energiedragers gaan bijdragen aan de verduurzaming van het goederenvervoer. De combinatie van functies maakt het mogelijk om het aanbieden van alternatieve energiedragers nu al commercieel aantrekkelijk en haalbaar te maken, ondanks het op dit moment nog geringe aantal afnemers.
Het is belangrijk om te beseffen dat de grond in Nederland schaars en duur is. Door een aantal zaken samen te brengen creëer je een facility center voor bedrijvenparken en distributiecentra. Het is noodzakelijk de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Op zichzelf staande oplossingen nemen uiteindelijk veel meer ruimte in en zorgen voor inefficiënt gebruik van schaarse ruimte. Daarnaast betekent het, dat er onnodig (veel zoek-)verkeer op deze terreinen ontstaat, wat leidt tot meer voertuigbewegingen, zwaardere belasting van (kwetsbare) infrastructuur en kunstwerken (zoals bruggen en viaducten) en een grotere kans op onveilige situaties. Mede doordat licht verkeer (voetgangers, fietsers, brommers/scooters en personenauto’s) zich vermengt met zwaar goederenvervoer op deze terreinen.
Omgevingsvisie
Provincies kunnen hierbij een belangrijke rol spelen door het concept van CEH’s in hun omgevingsvisies op te nemen. Deze worden nu opgesteld. Daarmee kunnen provincies een efficiënter ruimtegebruik door het combineren van functies stimuleren.
Het is belangrijk het kip-ei-probleem op te lossen, dat al jaren speelt bij het verduurzamen van het wegtransport. Zonder vraag geen aanbod en zonder aanbod geen vraag. In dit programma zetten we ons daarom in voor de komst van een landelijk dekkend netwerk van CEH’s.
Zo creëren we de infrastructuur die transporteurs nodig hebben voor het verduurzamen van hun wagenpark. Met hen gaan we ook actief en vaak één-op-één het gesprek aan over de kansen en mogelijkheden om te verduurzamen. Op die manier horen wij wat hen echt beweegt of waarover zij zich zorgen maken. Deze signalen vertalen wij richting beleidsadvies. Wij willen overheden en bedrijfsleven graag helpen om samen te zorgen dat de CEH’s op plekken komen die praktisch en aantrekkelijk zijn voor transportbedrijven en exploitanten.
Op de website https://www.gelderland.nl/projecten/clean-energy-hub staat daarvoor een nuttig hulpmiddel, de Locatietool. Ondernemers en uiteraard ook andere geïnteresseerde partijen, kunnen daarmee de kansrijke locaties in Nederland voor de aanleg van een CEH bekijken en kwetsbare natuur (zoals Natura 2000-gebieden) mijden. Commercieel gevoelige informatie wordt niet op de Locatietool gedeeld. Daarom is het verstandig om contact op te nemen met de gemeente op het moment dat de plannen een meer concrete vorm gaan aannemen.
Doorbreken ‘kip-ei’’ probleem verduurzaming goederenvervoer
Er schuilt een grote uitdaging in de ontwikkeling van adequate infrastructuur om duurzame energie efficiënt op te slaan en te distribueren. De initiële kosten om te komen tot een voldoende dekkende infrastructuur met bijbehorende vraag zijn hoog. De Europese Unie streeft ernaar om tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te zijn (Europese klimaatwet Fit for 55). Deze ambitieuze doelstelling vereist een grootschalige energietransitie waarbij fossiele brandstoffen worden vervangen door duurzame alternatieven.
In de transportsector, en met name de binnenvaart, zijn aanzienlijke investeringen, maar ook technologische innovaties nodig om deze energietransitie mogelijk te maken. CEH’s kunnen hierin een cruciale rol spelen. Het bekende ‘kip-ei’-probleem: vervoerders aarzelen om te investeren in schone voer- of vaartuigen zonder een voldoende dekkend netwerk van energie-inname mogelijkheden, terwijl energieleveranciers terughoudend zijn om te investeren in infrastructuur zonder gegarandeerde vraag. Om deze impasse te doorbreken, worden pilotprojecten uitgevoerd en zijn subsidies nodig om de eerste locaties te ontwikkelen. Maar dit is niet voldoende om een blijvende transitie voor elkaar te krijgen.
Haalbaar, schaalbaar en betaalbaar
Ons motto is, dat we de noodzakelijke verduurzaming tot stand kunnen brengen als de keuzes die gemaakt moeten worden haalbaar, schaalbaar en betaalbaar zijn. Het programma CEH’s is een samenwerking tussen de twaalf Nederlandse provincies, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat. Het initiatief maakt deel uit van het BO MIRT-programma (Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) Topcorridors en richt zich behalve op het wegvervoer ook op de binnenvaart. Het programma vindt zijn oorsprong bij de provincie Gelderland. Het programmateam werkt nu namens alle provincies en is losgemaakt van de provincie Gelderland om op die manier ook haar onafhankelijkheid te waarborgen. Bij ieder van de twaalf provincies is er iemand actief binnen het programma CEH. Dit is voor ons de linking pin naar de vele andere beleidsterreinen die ook betrokkenheid hebben (Mobiliteit/Verkeer & Vervoer, Ruimte, Economie, Energie, etc.). We trekken samen op, delen kennis en informatie en ontwikkelen de visie en de te volgen strategie. Op dit moment zijn wij druk bezig met het ontwikkelen van een eigen website voor de CEH’s. We hopen dat deze nog dit jaar in de lucht is.
Verbindingen leggen
Als business developer van het programma CEH’s is Theo Heinink de schakel tussen politiek en het bedrijfsleven. Hij legt verbindingen tussen partijen en zorgt samen met de provincies dat er op de meest kansrijke locaties ontwikkelingen met CEH’s kunnen plaatsvinden. De kennis die met dit programma wordt opgedaan wordt ook gedeeld met andere Europese landen met wie wordt samengewerkt via de internationale goederencorridors, zoals de Rhine Alpine Corridor, de Mediterranean Corridor en de Nothsea Baltic Corridor.
Binnenvaart
Voor wat betreft de binnenvaart trekt Françoise van den Broek de kar vanuit het programma. Ook hier bestaan koppelkansen op locaties waar getankt of geladen kan worden. Denk bijvoorbeeld aan kademuren, ontgassen, overnachtingsplaatsen, walstroom en het bunkeren van schoon water.
Onderzoeksbureau Panteia stelde in 2024 een Roadmap op voor de ontwikkeling van CEH’s in de binnenvaart. Deze Roadmap schetst de benodigde stappen om de transitie naar duurzame energiedragers te ondersteunen. Het ontwikkelen van een landelijk dekkend netwerk van CEH’s is noodzakelijk om de beschikbaarheid en distributie van alternatieve energiedragers te waarborgen. Het gaat om ‘near zero’ (biobrandstoffen) en zero-emissie energiedragers (batterij-elektrisch en waterstof). Hierbij is intensief samengewerkt met alle partners van de CEH’s.
De locaties van CEH’s worden strategisch gekozen op basis van huidige en toekomstige behoeften. Hierbij wordt rekening gehouden met marktsegmenten zoals havengebonden locaties, scheepstypen en routes, zodat de voorzieningen zich bevinden op plekken waar de grootste impact kan worden bereikt. Samenwerking en afstemming tussen overheden, havenautoriteiten en marktspelers is essentieel voor de succesvolle implementatie van CEH’s. Het is belangrijk dat er voor de binnenvaart niet één netwerk van CEH’s zal zijn, maar meerdere netwerken.
Verschillende netwerken van energiedragers zoals voor biobrandstoffen, LNG, methanol, elektriciteit en waterstof hebben elk hun specifieke kenmerken en vereisen elk hun eigen specifieke infrastructuur. De Roadmap CEH’s Binnenvaart gaat in op de ontwikkeling van deze netwerken voor elk van deze energiedragers, met aandacht voor de unieke kenmerken en vereisten van elke drager. Zo worden de ontwikkelingen ten aanzien van ZES (Zero Emission Services, elektrisch varen), RH2INE en Condor (varen op waterstof) op de voet gevolgd.
De Roadmap legt hiermee een basis voor de transitie naar een duurzame binnenvaart door middel van een gestructureerde en flexibele uitrol van CEH’s. De Roadmap is adaptief: technologische ontwikkelingen zullen voortdurend gevolgd moeten worden. Deze verbeteren de efficiëntie en prestaties van CEH’s. Dit omvat geavanceerdere en kosten-effectievere laad- en tankinfrastructuur, evenals verbeteringen in schone aandrijftechnologieën voor schepen. Het is van belang om de ontwikkelingen te (blijven) monitoren, zodat tijdig maatregelen getroffen kunnen worden om het netwerk aan te passen voor een voldoende aanbod van vulpunten, vanuit totale capaciteit, dekkingsgraad van het netwerk en de mix van verschillende energiedragers.
Zoekgebieden voor CEH’s voor de binnenvaart
Ten aanzien van de schonere brandstoffen HVO, (bio-)LNG en methanol is een aantal zoekgebieden gevonden: de AA-locaties. Deze zoekgebieden zijn rond Maasbracht, regio Rotterdam/Drechtsteden, regio Nijmegen, regio Amsterdam, Port of Zwolle en North Sea Port. Er is al een aantal verkennende haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. Ten aanzien van elektrisch varen Zero Emission Services (ZES) en varen op waterstof (RH2INE en Condor) volgen wij de ontwikkelingen. Ook het varen op methanol en zogenaamde ‘flow batteries’ krijgen steeds meer aandacht. Het is jammer dat overheden en markt soms snel omschakelen, waarbij de eerste transitiestappen en de eerdere valkuilen snel vergeten zijn. Dit belemmert soms de kansen voor in opstart zijnde alternatieven om volwassen te worden en op eigen benen te leren staan.
Ga uit van feiten en cijfers
Om stappen te kunnen zetten met het verduurzamen van het goederenvervoer over de weg en het water is het belangrijk om de trends en ontwikkelingen in de markt te volgen. Er is niet één ‘silver bullet’. Net als nu, hebben wij de overtuiging dat er ook in de toekomst een mix van hernieuwbare brandstoffen en energiedragers nodig zal zijn om aan alle doelstellingen te voldoen. Dit heeft o.a. te maken met de ritkenmerken (de afgelegde afstand, het vervoerd gewicht en het aantal deelritten, maar ook of het langeafstandsritten zijn in het buitenland (het landschap, de daar beschikbare fysieke infrastructuur (zoals wegen en vaarwegen en de beschikbaarheid van tank en laadinfrastructuur voor hernieuwbare brandstoffen en energiedragers)). Als ondernemer moet je verschillende alternatieven goed door kunnen rekenen om te bepalen wat in jouw situatie mogelijk is.
Vanuit ons programma hebben we niet alleen intensief contact met de landelijke en regionale overheden en vele marktpartijen maar zitten we ook aan tafel bij internationale overheden en programma’s om te pleiten voor uniforme regelgeving en een gelijk speelveld. Tegelijkertijd laten wij ons informeren over keuzes die elders worden gemaakt om het goederenvervoer te verduurzamen. Zo proberen we door kruisbestuiving en kennisuitwisseling de noodzakelijke transitiestappen voor elkaar te krijgen.
Well-to-Wheel en Tank-to-Wheel
Daarnaast is het belangrijk om in (inter-)nationaal verband goede afspraken te maken. Het principe Zero Emission als norm kan op twee manieren worden uitgelegd. Volgens het Tank-to-Wheel principe (alleen emissies vanuit ‘de uitlaat’) of het Well-to-Wheel principe (ook de emissies die ontstaan bij productie, transport, gebruik en recycling van het voertuig en de energiedragers). Op welke brandstof of met welke energiedrager je ook rijdt, er komen op basis van het Well-to-Wheel principe altijd emissies vrij. Door de juiste stappen te zetten in het transitiepad, kunnen de beste keuzes gemaakt worden.
Maak realistische afspraken
Sommige gemeenten willen alleen een vergunning verlenen als een CEH alleen nog maar hernieuwbare brandstoffen en energiedragers gaat aanbieden en fossiele brandstoffen afzweert. Het resultaat is dat er voorlopig geen CEH komt, want zonder fossiele brandstoffen is een CEH op dit moment nog niet levensvatbaar. Biobrandstoffen zullen ook een belangrijke rol spelen om de klimaatdoelstellingen van 2030 en daarna in het transport te kunnen halen. Omgekeerd kan het voor ondernemers wel interessant zijn om nu alvast vergunningen aan te vragen voor toekomstige alternatieven. Dat scheelt straks tijd en moeite als deze wel haalbaar en schaalbaar worden.
Laaghangend fruit
We doen er goed aan de kansen te pakken die er liggen in plaats van af te wachten tot nieuwe technieken doorontwikkeld zijn. Als voor de lange afstand elektrisch of waterstof (nog) niet haalbaar zijn is het verstandig om nu wel vast in te zetten op de hernieuwbare brandstoffen. Wachten levert ons nu niets op en geeft nog steeds een onzekere toekomst. Zonder grote investeringen te doen kunnen al forse stappen gezet worden door gebruik te maken van biodiesel (HVO100) in het bestaande wagenpark en groengas (bioCNG en bioLNG). Bij gefaseerde vervanging van het wagenpark worden op deze manier de benodigde transitiestappen gezet, waarbij voorkomen wordt dat partijen in fossiel blijven hangen.
Goede gesprekken
We zullen het nu en nog heel wat jaren, echt moeten doen met de beschikbare mix aan hernieuwbare brandstoffen en energiedragers.
Er is niet één alternatief, er zijn er meer en die zijn allemaal nodig om stappen te kunnen zetten in het verduurzamen van, in dit geval, het goederenvervoer. Daarom is de inzet op haalbaar, schaalbaar en betaalbaar. Het belang van die mix hoeven wij ondernemers nooit uit te leggen. Die komen weer met andere vragen. Over de haalbaarheid bijvoorbeeld. Overheden hebben weer andere vragen en wensen. Zij zien misschien kansen om een bestaand tankstation uit te plaatsen uit de kern van hun gemeente en meteen in te spelen op de kansen om een aantal functies juist slim bij elkaar te brengen. Dan moeten de snelheden van de verschillende partijen wel met elkaar in overeenstemming gebracht worden. Ook bij dat soort gesprekken spelen we als provincies en het programmateam een rol. Juist omdat we als externe partij met veel kennis goed advies kunnen geven en kunnen helpen om de neuzen dezelfde kant op te krijgen.
Subsidies ten behoeve van Haalbaarheidsonderzoeken van CEH’s
Medio 2026 ontvangen de leden van het programma CEH’s (lees de provincies) via het Rijk een bijdrage om een haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren. Dat kan zijn voor locaties aan de weg, maar ook voor aan het water. Met deze middelen kan voor 50% worden bijgedragen in de kosten. Het resterende deel komt vanuit de regio en het bedrijfsleven, zodat iedereen ook in een ‘doe-stand’ komt te staan. De gelden worden beschikbaar gesteld via de eigen provincie. In deze haalbaarheidsonderzoeken kunnen koppelkansen, specifieke behoeften en alle aanverwante zaken worden meegenomen.
Voor vragen kan altijd contact worden opgenomen met het programmateam: Theo Heinink t.heinink@gelderland.nl Tel. 06 528 02 026 of Françoise van den Broek f.vandenbroek@
gelderland.nl Tel. 06 528 02 524.








